ECLI:NL:RVS:2020:2927
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- S.F.M. Wortmann
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake buiten behandeling stellen inzageverzoek persoonsgegevens door college Zundert
Het college van burgemeester en wethouders van Zundert stelde het inzageverzoek van een inwoner om zijn persoonsgegevens te bekijken buiten behandeling vanwege twijfels over zijn identiteit. De verzoeker had een kopie van zijn identiteitsbewijs overgelegd, maar het college vond dit onvoldoende omdat de handtekening niet overeenkwam met eerdere verzoeken. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en het verzoek buiten behandeling stelde.
In hoger beroep betoogde het college dat er sprake was van misbruik van recht door de verzoeker, die veel inzageverzoeken had ingediend en een financieel motief zou hebben. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit betoog en bevestigde dat het inzageverzoek niet als misbruik van recht kon worden aangemerkt.
De Afdeling oordeelde wel dat het college terecht twijfelde aan de identiteit van de verzoeker en aanvullende informatie mocht vragen, zoals het persoonlijk verschijnen op het gemeentehuis of een gewaarmerkte kopie van het paspoort. Omdat de verzoeker hier niet aan voldeed, mocht het college het verzoek buiten behandeling stellen en het bezwaar ongegrond verklaren.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het college opdroeg te beslissen op het inzageverzoek, bevestigde het overige en vernietigde het besluit van het college van 25 september 2019 dat was genomen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het college mocht het inzageverzoek buiten behandeling stellen wegens onvoldoende vastgestelde identiteit; het bezwaar werd ongegrond verklaard.