ECLI:NL:RVS:2021:1744
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inzageverzoek persoonsgegevens afvalverbruik zonder geldige identificatie
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om inzage in de persoonsgegevens met betrekking tot het afvalverbruik van zijn woonadres. Het verzoek werd ingediend door een persoon die zich 'begunstigde van appellant' noemde, wat aanleiding gaf tot twijfel over de identiteit van de verzoeker. Het college vroeg appellant daarom om zich te identificeren via DigiD of persoonlijk aan de balie, maar appellant gaf hier geen gehoor aan.
Het college liet het inzageverzoek buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit bevestigde. Appellant stelde in hoger beroep dat het college ten onrechte twijfelde aan zijn identiteit en dat de identificatievereiste disproportioneel was, mede omdat het om gegevens van zijn eigen woonadres ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college op grond van artikel 12, zesde lid, van de AVG terecht om aanvullende informatie mocht vragen ter bevestiging van de identiteit van de verzoeker. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college het verzoek buiten behandeling mocht laten vanwege het ontbreken van een geldige identificatie. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mocht het inzageverzoek buiten behandeling laten vanwege twijfel aan de identiteit van appellant.