ECLI:NL:RVS:2020:2448
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid buiten behandeling stellen aanvraag uitstel vertrek vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling uit Syrië die internationale bescherming geniet in Denemarken en wiens asielaanvraag in Nederland niet-ontvankelijk werd verklaard. Zij vroeg uitstel van vertrek vanwege lichamelijke en psychische klachten, maar de staatssecretaris stelde haar aanvraag buiten behandeling omdat zij niet binnen de gestelde termijn de medische gegevens had aangevuld.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte de aanvraag buiten behandeling had gesteld, omdat het Bureau Medische Advisering (BMA) aanvullende vragen had gesteld die nog beantwoord moesten worden, maar dit zou niet leiden tot een buitenbehandelingstelling. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de vreemdeling onvoldoende medische gegevens heeft aangeleverd om de aanvraag te beoordelen, mede omdat zij niet heeft gereageerd op de brief waarin zij werd verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Het BMA kon daarom geen advies uitbrengen. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond, maar verklaart het beroep van de vreemdeling in hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd, waarbij het beroep van de vreemdeling ongegrond wordt verklaard.