ECLI:NL:RBDHA:2023:6738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvraag uitstel van vertrek buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende medische gegevens
Eiseres, een vrouw met de Burkinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij onvoldoende medische gegevens had overgelegd, ondanks meerdere verzoeken en uitstel om deze aan te vullen.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) gaf aan dat de medische stukken onvolledig waren en bracht een niet-inhoudelijk advies uit. Verweerder stelde eiseres in de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te leveren, maar zij reageerde niet binnen de gestelde termijn. Verweerder verklaarde daarop het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
Eiseres voerde aan dat het BMA zelf contact had moeten opnemen met haar behandelaars en dat de aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld. Ook stelde zij dat de hoorplicht was geschonden omdat zij niet was uitgenodigd voor een hoorzitting.
De rechtbank oordeelt dat het aan eiseres zelf is om relevante medische stukken te overleggen en dat het BMA niet verplicht is om zelfstandig contact op te nemen met behandelaars. De aanvraag was onvolledig en het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen was terecht. De rechtbank vindt dat het horen in bezwaar niet noodzakelijk was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag om uitstel van vertrek terecht buiten behandeling is gesteld wegens onvoldoende medische gegevens.