ECLI:NL:RVS:2020:1843
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs identiteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 juli 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, afkomstig uit Eritrea, stelde te zijn gevlucht uit angst voor militaire dienstplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de identiteit van de vreemdeling vanwege inconsistenties in naam en geboortedatum, zowel in Italië als Nederland. De staatssecretaris had ook terecht gewezen op het ontbreken van geloofwaardige verklaringen over de militaire dienstplicht en de illegale uitreis.
Echter, de Afdeling stelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de staatssecretaris de verschillen in persoonsgegevens ten onrechte in het nadeel van de vreemdeling had uitgelegd. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van 29 mei 2020 waarin de aanvraag alsnog was ingewilligd. Het beroep van de vreemdeling tegen het oorspronkelijke besluit werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt gehandhaafd.