ECLI:NL:RBDHA:2023:21352
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit Eritrese asielzoeker
Eiser, een Eritrese asielzoeker, heeft een asielaanvraag ingediend met het beroep dat hij dienstplicht in Eritrea ontliep vanwege gevaarlijke omstandigheden. Hij stelde geboren te zijn in 2006 en overhandigde een doopakte als bewijs van identiteit.
Verweerder stelde de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser niet geloofwaardig vast, onder meer vanwege een discrepantie in geboortedata tussen de Italiaanse registratie (2000) en de Nederlandse verklaring (2006). De doopakte werd niet als identificerend document erkend omdat deze geen pasfoto bevatte en niet door Eritrese autoriteiten was afgegeven.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd om zijn identiteit aannemelijk te maken en dat verweerder terecht de Italiaanse registratie mocht betrekken. Ook had eiser onvoldoende inspanningen verricht om documenten te verkrijgen van familieleden. Hierdoor kon het asielrelaas niet inhoudelijk worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit; de asielaanvraag wordt afgewezen.