ECLI:NL:RVS:2020:168
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlijn- en muilkorfgebod voor gevaarlijke hond ondanks bezwaar
De burgemeester legde op 2 juli 2018 een aanlijn- en muilkorfgebod op aan de eigenaar van een hond die betrokken was bij meerdere bijtincidenten met katten en honden. Tevens werd een preventieve last onder dwangsom opgelegd, die later werd herroepen. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en bevestigde het gebod.
De eigenaar stelde in hoger beroep dat zij niet deugdelijk was opgeroepen voor de hoorzitting en dat de burgemeester zich niet op mutatierapporten mocht baseren. De Raad van State oordeelde dat de burgemeester voldoende had gedaan om de eigenaar te horen en dat de mutatierapporten als redelijk bewijs konden dienen, mede omdat de eigenaar de betrokkenheid van de hond bij incidenten niet had ontkend.
De Raad van State overwoog dat de burgemeester binnen zijn beoordelingsruimte had gehandeld door het muilkorfgebod op te leggen vanwege het gevaarlijke gedrag van de hond, ondanks de rapportage van Stichting Hond in Nood. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het aanlijn- en muilkorfgebod voor de gevaarlijke hond wordt bevestigd en het hoger beroep van de eigenaar wordt ongegrond verklaard.