ECLI:NL:RVS:2020:1499
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gemotiveerde geloofwaardigheidstoets
De vreemdeling uit Iran vreesde vervolging vanwege kritische rapteksten en poëzie over de islam en het regime. De staatssecretaris wees zijn asielaanvraag af, waarbij hij de geloofwaardigheid van de gestelde inval in het ouderlijk huis niet aannam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd door het niet te relateren aan relevante externe geloofwaardigheidsindicatoren en het niet geven van het voordeel van de twijfel.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de staatssecretaris als deugdelijk had beoordeeld. De motivering ontbrak om de tegenwerpingen te koppelen aan objectieve bronnen over Iran of vergelijkbare asielrelaasgevallen. Hierdoor was het oordeel over de geloofwaardigheid ondeugdelijk. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval een nieuw besluit.
De zaak illustreert het belang van een objectieve, gestructureerde en transparante geloofwaardigheidsbeoordeling conform de Vreemdelingencirculaire 2000 en Werkinstructie 2014/10, waarbij het voordeel van de twijfel moet worden gegeven indien aan de voorwaarden van de Kwalificatierichtlijn wordt voldaan. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de geloofwaardigheidstoets.