Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 17 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingwet 2000 (Vw), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw, afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
Over de door eiser gestelde familieproblemen stelt verweerder zich op het standpunt dat deze – los van de vraag of deze geloofwaardig worden geacht – niet tot het verlenen van een asielvergunning kunnen leiden. De reden hiervoor is dat Senegal als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Senegal geen aangifte tegen zijn familie kan doen. Hierdoor blijkt niet dat eiser de hulp van de Senegalese autoriteiten niet kan inroepen noch dat zij niet bereid zijn eiser tegen de gestelde familieproblemen te beschermen, aldus verweerder.
Pilot zwaarwegendheid
moetplaatsvinden. Verweerder doet dit zonder dat daarvoor een juridische grondslag bestaat. De rechtbank kan verweerder niet volgen in deze pilot. Indien verweerder de vraag aan de rechtbank wil voorleggen of een dergelijke manier van toetsen haalbaar is - gelet op (internationale) wet- en regelgeving - dan dient hij zijn beleid op dit punt eerst te wijzigen. Het is niet aan de rechtbank om de pilot van verweerder op een wijze zoals die aan haar is voorgelegd, op juridische haalbaarheid te beoordelen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de redenering van verweerder, inhoudende dat hij in het beleid en de WI ruimte heeft gezien om de stap van het beoordelen van de geloofwaardigheid van de gestelde asielproblemen over te slaan, niet kan worden gevolgd.
Beslissing
mr. B. Fijnheer, leden, in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, griffier.