ECLI:NL:RVS:2020:1480
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing uitvoeringsbesluiten windpark De Drentse Monden en Oostermoer
Het windpark De Drentse Monden en Oostermoer bestaat uit 45 windturbines verspreid over vier deelparken in de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn. Na eerdere fasen van besluitvorming zijn in fase 3 diverse uitvoeringsbesluiten genomen voor vergunningen voor onder meer inkoopstations, kabels, wegen en houtkap. Diverse bewonersorganisaties en omwonenden hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft allereerst de ontvankelijkheid van de beroepen per besluit beoordeeld, waarbij onder meer werd vastgesteld dat sommige beroepen niet ontvankelijk zijn wegens gebrek aan belang. Vervolgens is de bevoegdheid van de minister van Economische Zaken en Klimaat om de besluiten te nemen bevestigd, mede op grond van de rijkscoördinatieregeling en de Elektriciteitswet 1998.
Inhoudelijk zijn onder meer de milieueffectrapportage, stikstofdepositie, eigendomstoestemming, onderzoek flora en fauna, geldigheidsduur van vergunningen, verkeersaspecten en afwijkingen van het inpassingsplan aan de orde gekomen. De Afdeling oordeelde dat de milieueffectrapportage adequaat was, dat er geen evident privaatrechtelijke belemmeringen waren, dat het ecologisch onderzoek toereikend was, en dat de vergunningen terecht zonder geldigheidsduur zijn verleend. Ook is geoordeeld dat verkeersaspecten voldoende zijn afgewogen en dat afwijkingen van het inpassingsplan via omgevingsvergunningen mogelijk zijn.
Per besluit zijn specifieke beroepsgronden behandeld, waaronder de locatieaanduiding van kabeltracés, externe veiligheid, ruimtelijke onderbouwing en landschapseffecten. De Afdeling concludeerde dat de minister van EZK in redelijkheid tot zijn besluiten heeft kunnen komen en dat de beroepen grotendeels falen. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de uitvoeringsbesluiten voor fase 3 van het windpark.
Uitkomst: De beroepen tegen de uitvoeringsbesluiten voor het windpark worden grotendeels afgewezen en de besluiten blijven in stand.