Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser],
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Aan dit verzoek is niet voldaan.
Rechtbank Rotterdam
Eiser vroeg op 6 juli 2017 een individuele inkomenstoeslag aan, waarna verweerder dit primaire besluit afwees. Bij het bezwaar tegen dit besluit overhandigde eiser een machtiging van 9 mei 2016, die ouder was dan een jaar. Verweerder verzocht om een recente machtiging, die niet werd aangeleverd, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser stelde dat de machtiging doorlopend was en niet ingetrokken, en verwees naar jurisprudentie die een algemene machtiging toestaat.
De rechtbank oordeelde dat een machtiging voldoende specifiek en recent moet zijn om de vertegenwoordigingsbevoegdheid vast te stellen. De overgelegde machtiging was te algemeen en ouder dan een jaar, waardoor verweerder terecht om een nieuwe machtiging mocht vragen. Het standpunt van eiser dat de machtiging doorlopend was, werd verworpen omdat deze onvoldoende specifiek was en niet op de bezwaarprocedure betrekking had.
Ook het verweer dat verweerder had moeten horen werd afgewezen, omdat eiser de hersteltermijn voor het aanleveren van een recente machtiging niet heeft benut. Het beroep op het verbod van willekeur faalde, omdat verweerder aannemelijk maakte dat in andere zaken wel inhoudelijk werd beslist en dat fouten in andere zaken niet tot herhaling leiden.
De rechtbank concludeerde dat het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht was en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de machtiging onvoldoende recent en specifiek was.