ECLI:NL:RVS:2020:1218
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.C.P. Venema
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning kamerverhuur Ede
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 23 maart 2018 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een praktijkruimte tot kamerverhuur op een perceel in Ede. Deze vergunning werd aangevochten door meerdere appellanten die bezwaar maakten tegen de interne verbouwing en het gebruik van de ruimte.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de appellanten gegrond en vernietigde het besluit van het college, omdat het volgens de rechtbank de vergunning ten onrechte had verleend op grond van een restrictieve uitleg van het begrip 'gebruiken' in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Het college stelde echter dat de rechtbank dit begrip te eng had geïnterpreteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het begrip 'gebruiken' in het Bor ruim moet worden uitgelegd, ook met betrekking tot bouwen in strijd met het bestemmingsplan. Hierdoor was het college bevoegd om de vergunning te verlenen. Tevens werden de overige bezwaren van appellanten, zoals motivering, parkeerplaatsen en proceskostenvergoeding, verworpen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond, het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de appellanten ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de appellanten ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de appellanten ongegrond verklaard.