Uitspraak
25./ 1132: [naam], verzoeker 1,
25./ 1193: [naam] en [naam], verzoekers 2,
[naam], te Voerendaal.
eventueel in samenhang met bouwactiviteiten diede bebouwde oppervlakte of
het bouwvolume niet vergroten, en van bij de bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers.
gebruikdaarvan. Of er aanleiding bestaat in verband daarmee een voorlopige voorziening te treffen, zal de voorzieningenrechter hierna beoordelen.
milieuregelgeving. [4] Voor het oordeel dat in redelijkheid niet van de planregels kon worden afgeweken, kan aanleiding bestaan indien ernstig moet worden betwijfeld of voor de beoogde activiteit naleving mogelijk is van regels die bij algemene maatregel van bestuur krachtens de Wet milieubeheer zijn gesteld. In onderhavig geval was dat voor het geluid van de inrichting geregeld in artikel 2.17 e.v. van het Abm (en na 1 januari 2024 in de artikelen 22.60 tot en met 22.63 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de zogenaamde bruidsschat)). In het kader van de beoordeling van de
ruimtelijke aanvaardbaarheiddient tevens rekening te worden gehouden met geluidbronnen die op grond van artikel 2.18 van het Abm in dat kader buiten beschouwing blijven. Verder kan sprake zijn van cumulatie met andere geluidbronnen waardoor geen sprake meer is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook met die mogelijkheid moet verweerder bij zijn beoordeling in het ruimtelijk spoor rekening houden en in zijn afweging betrekken.