ECLI:NL:RVS:2020:1011
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding administratieplicht Wet arbeid vreemdelingen ondanks coffeeshop-gedoogbeleid
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €72.000 op wegens overtreding van artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €48.000. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de weigering van appellant om binnen 48 uur medewerking te verlenen aan het vaststellen van de identiteit van drie werknemers die als koeriers softdrugs vervoerden. Appellant stelde dat dit in strijd was met het nemo-teneturbeginsel (recht om niet tegen zichzelf te getuigen) en verwees naar het gedoogbeleid voor coffeeshops en afspraken met de Belastingdienst over het anoniementarief.
De Raad van State oordeelde dat de identiteitsgegevens wilsonafhankelijk materiaal zijn en dat appellant gehouden was aan de vordering te voldoen. Het gedoogbeleid en de afspraken met de Belastingdienst stonden niet in de weg aan de boeteoplegging. Verder werd geoordeeld dat appellant geen voldoende inspanningen had verricht om aan de vordering te voldoen en dat haar financiële situatie geen reden gaf tot matiging van de boete.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €48.000 wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht ondanks het gedoogbeleid en financiële omstandigheden.