ECLI:NL:RVS:2019:874
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging voor niet verstrekken loon- en urenadministratie volgens Wet minimumloon
De minister legde appellant een bestuurlijke boete van €27.000 op wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm), omdat zij niet tijdig de gevraagde loon- en urenadministratie kon overleggen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellant als medevennoot van de voormalige vof werkgever was in de zin van de Wmm, omdat de werknemers arbeid verrichtten ten behoeve van haar onderneming. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat de overtreding haar niet kon worden verweten. Het ne bis in idem-beginsel werd niet geschonden, omdat de eerdere boete aan de vof was herroepen en de boete aan appellant betrekking had op haar eigen nalatigheid.
Verder oordeelde de Raad dat de inspecteurs bevoegd waren tot het administratief onderzoek en dat er geen schending was van het zwijgrecht of het Europees verdedigingsbeginsel. De procedurele bezwaren van appellant werden verworpen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging aan appellant wegens het niet verstrekken van loon- en urenadministratie en verklaart het hoger beroep ongegrond.