ECLI:NL:RVS:2019:515
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J. Hoekstra
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van nihilstelling toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf toeslagpartner
Appellant heeft over 2013 zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget aangevraagd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft deze toeslagen meerdere malen definitief op nihil vastgesteld, omdat de toeslagpartner van appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de herhaalde besluiten deels niet-ontvankelijk verklaard en het beroep deels gegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit hoger beroep ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de besluiten van 6 januari 2017 en 3 maart 2017 herhaalde besluiten zijn waartegen geen rechtsmiddelen openstaan, omdat zij geen nieuwe rechtsgevolgen tot stand brachten.
Verder werd bevestigd dat de Belastingdienst/Toeslagen de toeslagen terecht kon herzien op grond van nieuwe gegevens over het verblijf van de toeslagpartner die bij de eerdere toekenning niet bekend waren. Het onderscheid naar nationaliteit en verblijfsstatus is gerechtvaardigd door het koppelingsbeginsel, dat het vreemdelingenbeleid ondersteunt.
Appellant voerde aan dat de situatie van zijn gezin, waaronder ernstige psychische problemen van zijn zoon, zeer bijzondere omstandigheden vormden die toepassing van het koppelingsbeginsel zouden moeten uitsluiten. De Afdeling oordeelde echter dat deze omstandigheden niet leiden tot een ongerechtvaardigd onderscheid en dat de toeslagen terecht zijn onthouden. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toeslagen blijven nihil vastgesteld vanwege het niet-rechtmatig verblijf van de toeslagpartner.