ECLI:NL:RVS:2017:3470
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening huurtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf toeslagpartner
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de herziening van zijn huurtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014 door de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst stelde de toeslag nihil vast en vorderde reeds uitbetaalde bedragen terug omdat de toeslagpartner van appellant in de betreffende periode geen rechtmatig verblijf in Nederland had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst terecht de toeslag heeft herzien voor de periode tot 1 augustus 2012, omdat appellant toen niet voldeed aan het middelenvereiste voor een verblijfsvergunning van zijn partner. Echter, vanaf 1 augustus 2012 zou de toeslagpartner rechtmatig verblijf hebben gehad indien tijdig een wijziging van de verblijfsvergunning was aangevraagd, omdat appellant toen de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en het middelenvereiste niet meer gold.
Daarom is het onderscheid in artikel 9, tweede lid, van de Awir voor de periode vanaf 1 augustus 2012 niet objectief gerechtvaardigd en had de Belastingdienst de toeslag vanaf die datum niet mogen herzien. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst en beveelt een nieuw besluit over de toeslag voor 2012 en het voorschot 2014. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De herziening van de huurtoeslag is vernietigd voor de periode vanaf 1 augustus 2012 en de Belastingdienst dient een nieuw besluit te nemen.