Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Standpunt eiseres
Geen besluit over terugvordering
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres had in 2017 recht op kindgebonden budget dat definitief was vastgesteld op €3.476,-. Door een foutieve melding van de SVB werd een deel van dit bedrag dubbel uitbetaald, zowel door de SVB als door de Belastingdienst Toeslagen. Verweerder stelde het kindgebonden budget bij een besluit van 3 april 2020 ongewijzigd vast en vorderde later via het Landelijk Incasso Centrum een bedrag van €2.317,- terug.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 3 april 2020 een herhaald besluit betreft zonder nieuwe rechtsgevolgen, waardoor bezwaar daartegen niet ontvankelijk is. Daarnaast is er geen grondslag in artikel 21 Awir Pro voor herziening ten nadele, omdat het kindgebonden budget ongewijzigd bleef en niet vermoedelijk te hoog was toegekend.
De rechtbank stelt vast dat de terugvordering geen bestuursrechtelijke grondslag heeft en dat het civiele recht van toepassing is voor het onverschuldigd betaalde bedrag. Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd wegens ontbreken van een bestuursrechtelijke grondslag.