ECLI:NL:RVS:2019:4356
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen afhankelijkheidsrelatie voor asielaanvraag Nederland-Duitsland Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De vreemdeling, lijdend aan de ziekte van Parkinson, stelde dat haar dochter in Nederland voor haar zorgt en dat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen afhankelijkheidsrelatie is en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat uit de stukken niet blijkt dat de zorg uitsluitend door de dochter kan worden verleend en dat de vreemdeling zich ook zonder die hulp heeft weten te handhaven.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat er een afhankelijkheidsrelatie was. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij alleen van haar dochter afhankelijk is voor zorg. Ook was niet gebleken dat de overdracht aan Duitsland ernstige en onomkeerbare gevolgen voor haar gezondheid zou hebben. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-in-behandeling-neming van de asielaanvraag blijft in stand.