ECLI:NL:RBDHA:2024:2150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland niet verantwoordelijk is voor de behandeling maar Oostenrijk. De aanvraag werd geweigerd op basis van de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is, de aanvraag moet behandelen.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar hoge leeftijd, diabetes en hartfalen afhankelijk is van haar dochter in Nederland voor zorg, zodat Nederland volgens artikel 16 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar dochter een unieke positie heeft als zorgverlener die niet door anderen kan worden vervangen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bijzondere omstandigheden kan rechtvaardigen om Nederland als verantwoordelijke aan te wijzen, werd afgewezen. De rechtbank vond de aanwezigheid van dochters en de leeftijd van eiseres onvoldoende om overdracht aan Oostenrijk onevenredig hard te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de staatssecretaris in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier S.J. Valk op 16 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.