ECLI:NL:RVS:2019:354
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie personen wegens onbekend verblijf en weigering adresregistratie
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond heeft appellant ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) omdat hij niet meer woonachtig was op het bekende adres, zijn nieuwe verblijfplaats onbekend was en hij weigerde een adreswijziging door te geven of op een briefadres te worden ingeschreven. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze uitschrijving, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel bereikbaar was via postbus, telefoon en e-mail en dat het college een tweede poging had moeten doen om hem op een briefadres in te schrijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het doel van de Wet brp is dat de geregistreerde gegevens betrouwbaar zijn en dat de feitelijke verblijfplaats moet worden geregistreerd. Hoewel appellant telefonisch en per e-mail bereikbaar was, weigerde hij een verblijfplaats of adres te registreren, waardoor hij in de zin van de wet onbereikbaar was. Het college hoefde daarom niet ambtshalve een briefadres op te nemen zonder instemming van de briefadresgever. De betogen van appellant faalden en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank en leidt niet tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door lid van de enkelvoudige kamer E.J. Daalder op 6 februari 2019.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitschrijving van appellant uit de basisregistratie personen wegens onbekend verblijf en weigering om een adres te registreren.