ECLI:NL:RVS:2019:1392
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige verlenging van vreemdelingenbewaring wegens capaciteitsproblemen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de verlenging van de ophouding van een vreemdeling onrechtmatig verklaarde. De vreemdeling was samen met anderen in een trailer aangetroffen en in vreemdelingenbewaring gesteld. De staatssecretaris voerde aan dat verlenging van de ophouding gerechtvaardigd was vanwege capaciteitsproblemen bij het horen van een relatief grote groep.
De Raad voor de Rechtspraak overweegt dat de wet slechts een verlenging van maximaal 48 uur toestaat indien nog een vermoeden bestaat dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft. Hoewel capaciteitsproblemen een reden kunnen zijn voor verlenging, moet het vermoeden van geen rechtmatig verblijf nog aanwezig zijn en gemotiveerd worden. In deze zaak was de vreemdeling al tijdens de oorspronkelijke termijn gehoord, beschikte hij over een geldig paspoort en was bekend dat hij niet in Eurodac stond geregistreerd.
Daarom was de verlenging van de ophouding onrechtmatig. Het beleid in de Vreemdelingencirculaire over verlenging bij groepen vreemdelingen kan dit niet rechtvaardigen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de verlenging van de ophouding onrechtmatig was en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.