ECLI:NL:RVS:2016:3082
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende concretisering terugkeer
De vreemdeling werd op 20 september 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij met zes anderen werd aangetroffen in een oplegger met het doel illegaal Groot-Brittannië te bereiken. De rechtbank oordeelde dat de bewaring moest worden opgeheven omdat de vreemdeling verklaarde terug te willen keren naar Albanië en een vliegticket kon boeken.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de verklaring van de vreemdeling niet geloofwaardig was gezien zijn poging tot illegale uitreis en het uitblijven van concrete terugkeerhandelingen zoals het boeken van een vliegticket. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verklaring onvoldoende was geconcretiseerd en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 was voldaan.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd vastgesteld dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld bij het vertrekproces.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.