Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 december 2020 waarbij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hem een maatregel van bewaring oplegde op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de verlenging van de ophouding onrechtmatig was, omdat deze ten onrechte werd gebruikt om hem te horen en om een afweging te maken voor een lichter middel, en dat de motivering onvoldoende was, met name omtrent de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee.
De rechtbank overwoog dat verlenging van ophouding volgens artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet alleen is toegestaan voor nader onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie. De verlenging was noodzakelijk vanwege het horen van dertien vreemdelingen, waaronder eiser, om een individuele belangenafweging te maken. Capaciteitsproblemen bij de Koninklijke Marechaussee rechtvaardigden de verlenging en er was geen noodzaak tot specificatie van precieze capaciteit. De motivering was rechtsgeldig ondertekend en juist.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser de gronden voor de maatregel van bewaring niet had betwist. De maatregel was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren, met zware en lichte gronden conform het Vreemdelingenbesluit 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.