ECLI:NL:RVS:2018:3760
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing opheffing inreisverbod en verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 mei 2017 het verzoek van een vreemdeling om opheffing van een eerder uitgevaardigd inreisverbod af en wees tevens een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat op 15 juni 2017 ongegrond werd verklaard door de staatssecretaris.
De rechtbank verklaarde op 5 april 2018 de beroepen van de vreemdeling gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de overwegingen in het vonnis. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is bij elk verzoek om opheffing van een inreisverbod te beoordelen of de vreemdeling nog steeds een actuele en ernstige bedreiging vormt. De eerdere besluiten waren echter ondeugdelijk gemotiveerd, en het is aan de rechtbank om hierover een oordeel te geven bij het nemen van nieuwe besluiten. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd kennelijk ongegrond verklaard, de vernietiging van de besluiten bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 501,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de besluiten en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.