ECLI:NL:RBDHA:2024:4254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde Chavez-aanvraag en handhaving inreisverbod wegens onvoldoende nieuwe feiten
Eiser, een Algerijnse staatsburger die sinds 1987 in Nederland verblijft, heeft herhaaldelijk geprobeerd een verblijfsrecht afgeleid van zijn minderjarige Nederlandse kinderen te verkrijgen op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Na eerdere afwijzingen heeft hij een opvolgende aanvraag ingediend, die door de staatssecretaris is afgewezen op basis van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser overgelegde nieuwe verklaringen en foto’s onvoldoende concreet zijn om het eerdere besluit te weerleggen. De staatssecretaris heeft terecht geoordeeld dat de nieuw aangevoerde feiten niet leiden tot een ander oordeel over het afgeleid verblijfsrecht. Ook is het verzoek om opheffing van het inreisverbod afgewezen omdat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het gezinsleven van eiser, mede gezien het tijdsverloop en het onrechtmatig verblijf.
De rechtbank bevestigt dat de staatssecretaris niet verplicht was eiser te horen tijdens de bezwaarprocedure, omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander besluit konden leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Chavez-aanvraag en het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.