ECLI:NL:RVS:2017:1525
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens ondeugdelijke belangenafweging
De vreemdeling, die sinds 1978 rechtmatig in Nederland verbleef, kreeg in 2014 zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en een inreisverbod opgelegd. De staatssecretaris wees een verzoek tot opheffing van het inreisverbod af, waarbij zwaar werd meegewogen dat de vreemdeling onherroepelijk was veroordeeld tot gevangenisstraffen van in totaal 71,5 maanden, waarbij ook veroordelingen van vóór 2000 werden betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod ongegrond en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd welk gewicht werd toegekend aan zijn lange periode van rechtmatig verblijf en dat de strafrechtelijke veroordelingen onterecht zwaar waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de oudere veroordelingen, die al geruime tijd geleden waren, zwaar meewegen in het besluit, mede gelet op de lange periode van rechtmatig verblijf. Hierdoor was de belangenafweging ondeugdelijk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw moet beslissen, rekening houdend met relevante jurisprudentie.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod is vernietigd wegens ondeugdelijke belangenafweging en motivering.