ECLI:NL:RVS:2018:3287
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor dakopbouw ondanks bezwaar over constructieve veiligheid
Het college heeft op 18 mei 2016 een omgevingsvergunning verleend voor een dakopbouw op een woning in Amsterdam. De vergunninghouder diende later de detailconstructieberekeningen in, die door het college zijn goedgekeurd. De appellant, een buur, stelde dat het college niet kon beoordelen of het bouwplan voldeed aan het Bouwbesluit 2012 zonder voorafgaande funderingsgegevens.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende informatie had over de hoofdlijnen van de constructie en dat de later ingediende berekeningen voldeden aan een door het college gehanteerde 10%-norm voor gewichtstoename op de fundering. De appellant voerde ook aan dat de goedkeuring van de constructie een besluit in de zin van de Awb is, wat werd verworpen omdat dit feitelijk alleen een gevolg had voor de bouwstart.
Verder stelde appellant dat de bezwaarschriftencommissie vooringenomen was, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de dakopbouw blijft bevestigd.