ECLI:NL:RVS:2018:3216
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging boete
De minister legde aan de vennoten van een restaurant een boete van €24.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de verhogingen van de boete op grond van de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2016 niet in overeenstemming waren met de wet, met name omdat de verdubbeling en verdrievoudiging van de boete niet juist waren toegepast.
De Afdeling mat de boete tot €12.000, rekening houdend met omstandigheden zoals het feit dat appellant het restaurant niet langer exploiteert en de geringe kans op recidive. De eerdere boete die onherroepelijk was geworden rechtvaardigde een verdubbeling van het boetenormbedrag van €8.000 naar €16.000, waarna een matiging van 25% werd toegepast.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, herroept het oorspronkelijke boetebesluit en stelt de boete vast op €12.000. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €12.000.