ECLI:NL:RVS:2019:2833
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na identiteitscontrole
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €13.500 op wegens het laten werken van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning en verblijfspapieren. De rechtbank matigde deze boete tot €4.000 omdat [wederpartij] enige identiteitscontrole had verricht.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze matiging. De Raad van State oordeelde dat de identiteitscontrole onvoldoende was omdat alleen een kopie van een paspoort was gezien en het stappenplan voor verificatie niet was gevolgd. Daarom was matiging onterecht.
Daarnaast werd de verhoging van de boete met 50% wegens illegaal verblijf van de vreemdeling niet gehandhaafd, omdat deze verhoging onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde de boete vast op €9.500, bestaande uit €8.000 voor overtreding van artikel 2 en Pro €1.500 voor overtreding van artikel 15 van Pro de Wav. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan [wederpartij] toegekend.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €9.500, waarbij matiging wegens identiteitscontrole wordt verworpen.