ECLI:NL:RVS:2018:3206
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhavend optreden wegens ontbreken omgevingsvergunning na interne verbouwing pand
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde handhavend op te treden tegen werkzaamheden aan het pand Waalsteeg 4, omdat volgens het college geen omgevingsvergunning vereist was en het Bouwbesluit 2012 niet werd overtreden. De appellant, wonende tegenover het pand, stelde dat er zonder vergunning was gebouwd en dat het pand niet voldeed aan het Bouwbesluit, met name op het gebied van spuivoorzieningen, daglicht, ventilatie, rookgasafvoer en isolatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het relativiteitsvereiste werd toegepast: de geschonden normen strekken niet tot bescherming van de belangen van appellant, die geen bewoner of gebruiker van het pand is. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Ook het betoog dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan, faalt.
Verder oordeelt de Afdeling dat het pand nog steeds één brandcompartiment vormt, ondanks interne wijzigingen zoals het verwijderen van een trap en het openen van een deur naar het trappenhuis. Hierdoor was geen omgevingsvergunning vereist voor de werkzaamheden. Het verzoek tot handhaving op basis van rookmelders wordt eveneens afgewezen omdat dit niet in het handhavingsverzoek was opgenomen.
De Afdeling concludeert dat het college terecht heeft geweigerd handhavend op te treden en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt bevestigd.