ECLI:NL:RBROT:2024:5347
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor verblijfsruimten in kelders
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het maken van verblijfsruimten in de kelders van woningen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had deze vergunning verleend na eerdere onherroepelijke vergunning voor funderingsherstel. Verzoekers voeren aan dat het project een ingrijpende renovatie betreft en dat het college de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012 niet correct heeft toegepast, mede vanwege het splitsen van de aanvragen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen onlosmakelijke samenhang bestaat tussen de verschillende activiteiten binnen het project, zodat het college niet verplicht was deze als één geheel te toetsen. Daarnaast is vastgesteld dat het project als klein wordt aangemerkt volgens de beleidsregeling parkeernormen, waardoor geen parkeereis voor auto’s geldt. De aangevoerde normen uit het Bouwbesluit 2012 strekken niet tot bescherming van de belangen van verzoekers, die bovendien op ruime afstand wonen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De vergunninghoudster kan het bouwproject voortzetten. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Verzoekers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.