Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2019
[Naam A] en [Naam B] , te [woonplaats 1] , eisers
[Naam C], te [woonplaats 2] .
Procesverloop
Overwegingen
3.5.1 Voorwaardelijke verplichting sloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers in verband met de behandeling van het beroep tot een bedrag van € 1.085,06;
- bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 174 vergoedt.