ECLI:NL:RVS:2018:3087
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afzien van handhaving bed & breakfast wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht wees het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen het gebruik van een bijgebouw als bed & breakfast op een perceel in Heerjansdam. Appellant stelde dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en dat ook het gebruik van een bouwkavel voor parkeren onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het handhavingsverzoek niet kon worden uitgebreid tot de bouwkavel, maar dat het college ten onrechte afzag van handhaving tegen het gebruik van het bijgebouw als bed & breakfast. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het volstond met een mondelinge waarschuwing ondanks het bekende gebruik voor commerciële evenementen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de aanwezigheid van een keuken in het bijgebouw niet automatisch leidt tot permanente bewoning en dat het college terecht geen handhavend optreden inzake de keuken heeft ingezet. Het verzoek om schadevergoeding wegens immateriële schade werd afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar eer of goede naam was aangetast.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit tot afzien van handhaving vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.