Uitspraak
200900135/1/H1), als eenmaal met vrijstelling een bouwvergunning is verleend, op basis van dezelfde vrijstelling nadien niet voor een nieuw bouwplan bouwvergunning worden verleend, ook al past het nieuwe bouwplan binnen de verleende vrijstelling. Derhalve heeft de rechtbank terecht overwogen dat na beëindiging van het gebruik van de bovenverdieping als magazijn ten behoeve van de op de begane grond gevestigde fotostudio, aan de vrijstelling die daarvoor is verleend geen betekenis meer toekomt. Door het college kan evenmin beroep worden gedaan op artikel 77 van Pro het overgangsrecht van de 1e partiële herziening, waarin word toegelaten dat reeds bestaand strijdig gebruik van de verdieping kan worden voortgezet en dat het gebruik als niet-woonfunctie via die vrijstelling van het bestemmingsplan "Centrum" kon blijven bestaan. Ten tijd van de inwerkingtreding van het plan was het gebruik van de bovenverdieping als magazijn gestaakt. De vrijstelling is voor de toepassing van artikel 77 niet Pro van belang. Voorts heeft de rechtbank terecht overwogen dat de omstandigheid dat het college niet heeft gecontroleerd of het in gebruik nemen van de bovenverdieping als woning in overeenstemming was met het Bouwbesluit 2003, dit niet afdoet aan het feit dat de bovenverdieping een woonfunctie had. Uit het algemeen gebruik van de term woonfunctie noch uit de bepalingen van het bestemmingsplan is af te leiden dat slechts sprake kan zijn van een woonfunctie, indien aan het Bouwbesluit 2003 is voldaan. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de bewoning van de bovenverdieping van 15 januari 1997 tot 9 februari 2009 in overeenstemming met de geldende bestemming is geweest. Het gebruik van de bovenverdieping ten behoeve van een kinderdagverblijf leidt tot een omzetting van een woonfunctie naar een niet-woonfunctie en is dan ook in strijd met het bestemmingsplan.