ECLI:NL:RVS:2018:3032
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwstop en handhaving bij berging in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck weigerde een bouwstop op te leggen en handhavingsmaatregelen te treffen tegen bouwwerkzaamheden van een berging op een perceel te Budel. De appellant, wonende op het naastgelegen perceel, stelde dat de berging in strijd was met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de maximale goothoogte.
De rechtbank oordeelde dat het college onbevoegd was tot handhaving en dat de goothoogte niet in strijd was met het bestemmingsplan, waarbij het begrip 'druiplijn' werd uitgelegd als de onderzijde van het hellende dakvlak. De appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de goothoogte volgens het bestemmingsplan wordt gemeten tot de druiplijn of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, en dat de berging met drie opgaande gevels tot 4,5 meter en een hellend dak met grote hellingshoek ruimtelijk een rechthoekig blok vormt. De regengoot heeft een beperkte afwateringsfunctie, waardoor de goothoogte hoger ligt dan de toegestane 3,25 meter.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat het college opnieuw op bezwaar moet beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van het college tot weigering van bouwstop en handhaving is vernietigd.