Op 15 juli 2021 verleende het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor de meerlaagse uitbreiding van een woning, inclusief een dakkapel. Verzoekers, buren van vergunninghouder, maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang vanwege hervatting van bouwwerkzaamheden. De toetsing aan het Bouwbesluit 2012 vond plaats op basis van de aannemelijkheidstoets, waarbij verweerder aannemelijk had gemaakt dat aan de voorschriften werd voldaan. Verzoekers konden dit niet onderbouwen.
Ten aanzien van het bestemmingsplan werd het bezwaar over de maximale goothoogte verworpen omdat de dakkapel in het schuine dakvlak ligt en niet de goothoogte overschrijdt. Ook werd geoordeeld dat de groenstrook achter de woning geen openbaar toegankelijk gebied is, waardoor de welstandscriteria voor dakkapellen aan de achterzijde niet van toepassing zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen van de weigeringsgronden van artikel 2.10 Wabo zich voordeed en dat de omgevingsvergunning terecht was verleend. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Eventuele schade of handhaving betreft een civiele of handhavingsprocedure en is niet aan de bestuursrechter in dit voorlopige geding voorgelegd.