ECLI:NL:RBDHA:2021:16924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet aangetoonde familierechtelijke relatie
Eiseres, afkomstig uit Eritrea, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar partner, referent, die in Nederland verblijft met een asielvergunning. De aanvraag werd afgewezen omdat het traditionele huwelijksdocument niet was overgelegd en de overgelegde huwelijksakte door Bureau Documenten als waarschijnlijk niet echt werd beoordeeld.
Eiseres voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld en dat het onderzoek van Bureau Documenten niet betrouwbaar was vanwege de lokale administratieve verschillen in Ethiopië. Ook stelde zij dat het horen in bezwaar onterecht was achterwege gebleven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het advies van Bureau Documenten aan het besluit ten grondslag heeft gelegd en dat eiseres geen contra-expertise heeft ingebracht. De rechtbank vond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen terecht was achterwege gebleven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie.