ECLI:NL:RVS:2018:1807
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek verwijdering persoonsgegevens strafrechtelijk dossier
In deze zaak heeft de korpschef het verzoek van appellante om verwijdering van haar persoonsgegevens uit het strafrechtelijk onderzoeksdossier afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat de rechtbank het dossier niet had opgevraagd, wat haar recht op gelijke proceskansen schond. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het dossier had moeten worden opgevraagd.
De Afdeling behandelde vervolgens het beroep tegen het besluit van de korpschef inhoudelijk. Appellante voerde onder meer aan dat de gegevens niet als politiegegevens konden worden gekwalificeerd en dat het strafrechtelijk onderzoek onrechtmatig was aangevangen. De Afdeling oordeelde dat het dossier persoonsgegevens bevat die in het kader van de politietaak zijn verwerkt en dat het onderzoek rechtmatig was gestart op basis van een betrouwbare CIE-melding.
Verder stelde appellante dat machtigingen ontbraken voor bepaalde opsporingsbevoegdheden en dat bewijs onrechtmatig was verkregen via inbeslaggenomen elektronische gegevens. De Afdeling stelde vast dat de benodigde machtigingen en bevelen aanwezig waren en dat het onderzoek naar de mobiele telefoon onder toezicht van de rechter-commissaris had plaatsgevonden, waardoor geen strafvorderlijke voorschriften waren geschonden.
Appellante voerde ook aan dat het besluit in strijd was met Europees recht en onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling verwierp deze gronden en concludeerde dat het besluit van de korpschef rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd terugbetaald en de korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van verwijdering van persoonsgegevens is ongegrond verklaard.