ECLI:NL:RVS:2017:2289
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens ontbreken persoonlijk verzoek in Italië
De vreemdeling is illegaal via Italië binnengekomen en heeft in Duitsland en Zweden asiel aangevraagd, waarna Italië op grond van een fictief claimakkoord verantwoordelijk werd gehouden. De staatssecretaris verzocht Italië de vreemdeling terug te nemen, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat de vreemdeling in Italië nooit persoonlijk een asielverzoek had ingediend.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het Duitse claimverzoek voldoende was om Italië verantwoordelijk te houden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat een asielverzoek pas in behandeling is wanneer het persoonlijk kenbaar is gemaakt aan de bevoegde autoriteiten in die lidstaat, wat in Italië niet het geval was.
De Afdeling bevestigde dat het gebruik van een onjuiste claimgrond niet afdoet aan de verantwoordelijkheid van Italië en dat de staatssecretaris het claimverzoek tijdig had ingediend. Ook het betoog van de vreemdeling over vertraging en misleiding faalde. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek en dat het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht is genomen.