ECLI:NL:RBDHA:2017:15263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot Italië
Eiser, een Senegalese nationaliteit, diende op 6 augustus 2017 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Nederland had een terugnameverzoek bij Italië ingediend, waarop geen tijdige reactie kwam, wat volgens de verordening gelijkstaat aan acceptatie.
Eiser voerde aan dat Nederland ten onrechte geen discretionaire bevoegdheid had gebruikt om zijn aanvraag toch in behandeling te nemen, dat sprake was van overname en niet terugname, en dat de situatie in Italië onvoldoende opvang en rechtsbijstand biedt, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt. De rechtbank oordeelde dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser in Italië een asielverzoek heeft ingediend en dat Nederland terecht artikel 18, lid 1, onder b van de Dublinverordening toepaste.
De rechtbank stelde vast dat het ontbreken van een reactie van Italië op het terugnameverzoek betekent dat Italië dit verzoek heeft geaccepteerd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben geoordeeld dat de situatie in Italië geen schending van mensenrechten oplevert die overdracht in de weg staat. Het door eiser overgelegde rapport bevestigt geen wezenlijke verslechtering. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië is toegestaan.