ECLI:NL:RVS:2017:1601
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over vrijheidsontnemende maatregel voor Dublinclaimant wegens onjuiste wettelijke grondslag
Bij besluit van 9 april 2017 legde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling die een asielverzoek deed als Dublinclaimant. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de maatregel op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een onjuiste wettelijke grondslag had. De Afdeling stelde dat artikel 28 van Pro de Dublinverordening rechtstreekse werking heeft en dat de criteria voor het significant risico op onderduiken, zoals neergelegd in het Vreemdelingenbesluit 2000, ook van toepassing zijn op deze maatregel.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Afdeling wees tevens het standpunt van de vreemdeling af dat vanwege zijn medische situatie een lichter middel had moeten worden toegepast.
De uitspraak bevestigt dat de nationale regelgeving conform de Dublinverordening moet worden uitgelegd en toegepast bij vrijheidsontnemende maatregelen aan Dublinclaimanten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.