Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker die op 16 juni 2023 in Nederland arriveerde met een geldig Schengenvisum en een asielaanvraag indiende, werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in bij de rechtbank Den Haag, tevens verzochte hij om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, omdat eiser met zijn asielaanvraag een ander doel nastreefde dan waarvoor zijn Schengenvisum was verleend. Daarnaast was voldaan aan de vereiste van ten minste twee gronden, waaronder een zware grond, voor de maatregel.
Eiser voerde aan dat de maatregel onevenredig bezwarend was vanwege een rughandicap en medische omstandigheden, maar de rechtbank stelde vast dat verweerder voorafgaand aan de maatregel hier rekening mee had gehouden en dat medische zorg in het detentiecentrum beschikbaar was. Ook het verwijt dat verweerder niet voortvarend had gehandeld bij het leggen van de Dublinclaim werd verworpen, aangezien deze binnen een redelijke termijn was ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig en proportioneel was opgelegd, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.