ECLI:NL:RVS:2017:1253
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidiaire beschermingsstatus en niet-ontvankelijkheid asielaanvraag bij verlopen verblijfstitel
De staatssecretaris heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling in Italië internationale bescherming geniet, ondanks dat zijn verblijfstitel aldaar was verlopen. De rechtbank oordeelde dat een asielaanvraag slechts niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de vreemdeling beschikt over een geldige verblijfstitel in een andere lidstaat van de EU.
De Raad voor de Rechtspraak overweegt dat de subsidiaire beschermingsstatus niet eindigt door het verlopen van de verblijfstitel, maar pas na een individuele beoordeling en besluit tot intrekking of beëindiging. De Italiaanse autoriteiten hebben niet aangegeven de beschermingsstatus te hebben ingetrokken. De vreemdeling geniet derhalve nog steeds internationale bescherming in Italië.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Daarnaast faalden de overige beroepsgronden over zorgvuldigheid en motivering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag gehandhaafd.