ECLI:NL:RBDHA:2019:5842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in andere lidstaat en arrest C.K.
Eiseres, erkend vluchteling in Portugal met een verlopen verblijfsvergunning, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze niet-ontvankelijk op grond dat eiseres internationale bescherming geniet in een andere lidstaat, Portugal. Eiseres voerde aan dat verweerder onterecht medische omstandigheden en het arrest C.K. niet had betrokken.
De rechtbank oordeelde dat het verlopen van de verblijfsvergunning niet betekent dat de beschermingsstatus is beëindigd, en dat eiseres nog steeds internationale bescherming geniet in Portugal. Het arrest C.K., dat ziet op overdrachtsbesluiten in het kader van de Dublinverordening, is niet van toepassing op de niet-ontvankelijkverklaring wegens bescherming in een andere lidstaat.
Verder stelde de rechtbank dat verweerder niet verplicht is bij de niet-ontvankelijkverklaring te beoordelen of feitelijke uitzetting een reëel risico op ernstige gezondheidsachteruitgang inhoudt, omdat het bestreden besluit geen terugkeerbesluit is. Nadere besluitvorming is vereist voordat feitelijke uitzetting kan plaatsvinden, waarbij die beoordeling wel aan de orde kan komen.
Het beroep op het arrest C.K. slaagt daarom niet en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen strijd met het recht op een effectief rechtsmiddel omdat de gezondheidsrisico’s bij een eventueel toekomstig terugkeerbesluit beoordeeld kunnen worden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.