ECLI:NL:RVS:2016:850
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over watervergunning en verwijzing bezwaar naar rechtbank
Het college verleende op 29 januari 2013 een watervergunning aan appellant sub 1 voor activiteiten waaronder het in verbinding brengen van de watergang Waalse Water met een bestaande waterpartij en het varen met een motorboot op deze watergang. Appellant sub 2, eigenaar van het perceel en een deel van het water, gaf geen privaatrechtelijke toestemming, waarna het college op bezwaar het verlenen van de vergunning voor deze activiteiten deels weigerde.
De rechtbank oordeelde dat privaatrechtelijke belemmeringen geen grond zijn voor weigering van een watervergunning en vernietigde het besluit voor het varen met een motorboot. De weigering voor het in verbinding brengen van het water werd wel bevestigd vanwege strijd met het projectplan "Herinrichting Waalse Water".
In hoger beroep betoogden beide appellanten dat het college onterecht had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 6.21 van de Waterwet limitatief is en privaatrechtelijke belemmeringen geen weigeringsgrond vormen. Tevens mocht het college het projectplan betrekken bij de heroverweging in bezwaar, ook al was het plan na het oorspronkelijke besluit vastgesteld. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Het bezwaar tegen het nieuwe besluit van 2 maart 2016 werd door de Afdeling vanwege het korte tijdsverloop en onvoldoende voorbereiding van appellant sub 2 verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.