ECLI:NL:RVS:2016:666
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens Dublinverordening
De vreemdeling diende op 12 april 2015 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 9 juni 2015 af, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
In het hoger beroep stond centraal of de staatssecretaris terecht de Franse autoriteiten verantwoordelijk had gehouden, mede vanwege het ontbreken van bewijs dat de vreemdeling minimaal drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten verbleef. De vreemdeling had kopieën van een geboorteakte en een stempelverklaring overgelegd, maar deze werden niet als voldoende bewijs erkend.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de stukken onvoldoende bewijs leverden van het verblijf buiten de lidstaten. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris deze documenten had moeten overleggen aan Frankrijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.