ECLI:NL:RVS:2016:3342
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college tot aanwijzing vuurwerkvrije zone in Hilversum
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum heeft een gebied in het centrum aangewezen waar consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling niet mag worden afgestoken, behoudens gemeentelijke vuurwerkshows. Vuurwerkverkopers uit Hilversum stelden dat het college hiertoe niet bevoegd was en dat het besluit in strijd was met hogere regelgeving, waaronder de Gemeentewet, het Vuurwerkbesluit en de Notificatierichtlijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en deels ongegrond. Het hoger beroep richt zich op de vraag of het college bevoegd was het gebied aan te wijzen, of het besluit in strijd is met het Vuurwerkbesluit, de Notificatierichtlijn en het UNESCO-Verdrag, en of een juiste belangenafweging heeft plaatsgevonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bevoegd is op grond van de APV en de Gemeentewet, omdat het hier gaat om een regeling gericht op het voorkomen van gevaar, schade of overlast, niet om feitelijke handhaving van de openbare orde die exclusief aan de burgemeester is toegewezen. Het Vuurwerkbesluit bevat geen uitputtende regeling die het aanwijzen van vuurwerkvrije zones verbiedt. De Notificatierichtlijn is niet van toepassing omdat het besluit geen technisch voorschrift is. Ook het UNESCO-Verdrag staat het besluit niet in de weg.
Ten aanzien van de belangenafweging stelt de Afdeling dat het financiële belang van vuurwerkverkopers meegewogen had moeten worden, maar dat het college dit belang terecht geen doorslaggevend gewicht gaf. Het omzetverlies was niet aannemelijk genoeg om het besluit te verhinderen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het Aanwijzingsbesluit van het college wordt bevestigd.