ECLI:NL:RBROT:2025:6638
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing exploitatievergunning snackbar en overlastklachten
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het beroep van een omwonende tegen de verlening van een exploitatievergunning voor een snackbar in Rotterdam. De eiser stelt dat de burgemeester ten onrechte de vergunning heeft verleend ondanks structurele en excessieve overlast, waaronder geluidshinder, hinderlijk gedrag van bezorgscooters en schending van het recht op gezinsleven.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en geoordeeld dat de burgemeester zijn beoordelings- en beleidsvrijheid niet heeft overschreden. De burgemeester baseerde zijn besluit op het toepasselijke horecabeleid (Horecanota Rotterdam 2017-2021) en stelde dat de ervaren overlast niet zodanig was dat het weigeren van de vergunning noodzakelijk was. Tevens is vastgesteld dat er geen objectieve vaststelling van overlast was en dat handhaving bij nieuwe klachten mogelijk blijft.
De rechtbank oordeelt ook dat het Bouwbesluit niet rechtstreeks kan worden toegepast als grond voor weigering van de vergunning en dat het recht op gezinsleven uit artikel 8 EVRM Pro niet onevenredig wordt aangetast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de exploitatievergunning blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep van de omwonende tegen de verlening van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.