ECLI:NL:RBDHA:2017:2654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens vestigingsalternatief in Bagdad ondanks geloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege mishandeling en vervolging door IS en Iraakse autoriteiten niet veilig was in Irak. De staatssecretaris wees het verzoek af omdat eiser geen gegronde vrees voor vervolging aannemelijk maakte en een vestigingsalternatief in Bagdad beschikbaar was.
Eiser betoogde dat zijn problemen met de autoriteiten actueel zijn, dat hij persoonlijke vrees heeft voor IS en dat het vestigingsalternatief onrealistisch is omdat zijn zus Bagdad heeft verlaten en soennieten er moeilijk kunnen verblijven. Hij verwees naar rapporten en uitspraken die het vestigingsalternatief betwijfelen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een persoonlijk risico loopt en dat het vestigingsalternatief terecht is toegepast. De veiligheidssituatie in Bagdad is niet uitzonderlijk en soennieten worden niet systematisch onmenselijk behandeld. Bovendien kan eiser redelijkerwijs worden verwacht zich in Bagdad te vestigen gezien zijn individuele omstandigheden.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen reden tot aanhouding of verwijzing naar een meervoudige kamer. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege het bestaan van een vestigingsalternatief in Bagdad.